Een schilder groet Kees als hij weggaat. Onderweg naar huis groeit die ene groet uit tot een hele mogelijkheid. Misschien vraagt de man straks wel aan Jansen wie die jongen met zoveel oog voor schilderkunst was.
Kijk in het eerste hoofdstuk naar het moment waarop Kees op de Westertoren ziet hoe laat het is. Hij moet naar huis, terwijl Jansen bij de schilder mag blijven. In gedachten kan Kees het gesprek dat hij gaat missen alsnog bijwonen. Daarin vertelt Jansen precies wat de schilder van hem zou moeten weten. De volgende dag blijkt er geen boodschap voor hem te zijn. Nu klinkt het dragen van de schildersspullen in Kees’ mond opeens als een nogal vernederend karweitje.
Thijssen laat je die draai meemaken terwijl Kees hem maakt. Lees zijn afscheid en zijn woorden tegen Jansen eens direct achter elkaar. Zou je hem even goed begrijpen als je alleen gehoord had wat hij hardop zei? In dat kleine verschil tussen de jongen die Jansen kent en degene die jij mag volgen, zit veel van het plezier van dit boek.
Past dit boek bij jou?
Wie houdt van verhalen waarin het verlangen naar een schetsboek of een paar gymschoenen een hele middag kan vullen, kan hier met één hoofdstuk de toon proberen. De DBNL-tekst volgt de eerste druk uit 1923. Daarin zie je ook aan de spelling hoe dicht Thijssen bij de spreekstem van Kees blijft.
Leesfragment en editie
Lees het eerste hoofdstuk bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. De tekst komt uit een andere uitgave. De digitale editie bij bol is in het Nederlands en heeft e-ISBN 9788728433461.
Bij aankoop via deze link kan Zovif commissie ontvangen. Bekijk Kees de jongen als e-book bij bol.
