Henri Leroy ontvangt zijn vroegere schoolgenoot Tijs Herdigein in een kamer vol rook. In het eerste hoofdstuk van Rood Paleis is die rook meer dan achtergrond: gezichten verdwijnen erin en komen weer tevoorschijn. Hun ontmoeting voelt ondanks de gedeelde schooltijd weinig hartelijk. Bordewijk zet de verschillen tussen hun lichamen, gebaren en levenshoudingen scherp naast elkaar.
Twee oud-klasgenoten, twee manieren van stilstand
Tijs komt terug uit Indië en wil na zijn werkjaren plezier maken. Henri presenteert zichzelf juist als iemand die nauwelijks iets uitvoert. In het tweede hoofdstuk groeit zijn persoonlijke lusteloosheid uit tot een betoog over Europese vermoeidheid en cultureel verval. Dat is de kijk van een personage: het gesprek nodigt uit om ook zijn zelfgenoegzaamheid en zijn behoefte aan een publiek te zien.
Deze indruk berust op de eerste twee hoofdstukken bij DBNL. Korte beschrijvingen, onvriendelijke taxaties en zelfspot dragen daar meer bij dan gebeurtenissen. Dat past bij aandachtige lezers die graag tussen uitspraken en houding verschil ontdekken. Zoek je onmiddellijk veel actie of warme herkenbare hoofdpersonen, probeer dan eerst de opening. De verdere roman is hiermee niet beoordeeld; ook de oudere spelling van de leestekst verdient aandacht.
Lees de opening van Rood Paleis bij DBNL. De leestekst is een afzonderlijke uitgave. Het e-ISBN van de bol-editie is 9789038815541.
Zovif kan commissie ontvangen als je via deze link iets koopt. Bekijk Rood Paleis als e-book bij bol.
